Strafbaarstelling nog steeds mogelijk via inreisverbod

De generieke strafbaarstelling van illegaal verblijf was vooral een symbolisch statement dat - hoewel niet te handhaven - wel degelijk een signaal aan de samenleving geeft. Het signaal namelijk dat mensen, ook gezinnen met kinderen, strafbaar zouden zijn, enkel en alleen door hun aanwezigheid in Nederland.

Onder het vorige kabinet heeft minister Leers de strafbaarstelling van vreemdelingen met een inreisverbod reeds gerealiseerd. Tijdens de implementatie van de Europese ‘Terugkeerrichtlijn’ koppelde hij het Europese inreisverbod aan de Nederlandse vreemdelingenwetgeving. Vreemdelingen krijgen een inreisverbod als ze niet terugkeren na hun terugkeertermijn, of als zij zich nooit gemeld hebben tijdens hun verblijf in Nederland. Indien vreemdelingen in strijd met dit inreisverbod niet uit Nederland zijn vertrokken zijn ze strafbaar. Voor vreemdelingen met een zwaar inreisverbod, opgelegd als er sprake is van verzwarende omstandigheden, is dit zelfs een misdrijf waarvoor zij in de gevangenis terecht kunnen komen. Hulp aan vreemdelingen met een zwaar inreisverbod zou zelfs als 'medeplichtigheid aan het plegen van een strafbaar feit’ kunnen worden betiteld, ware het niet dat opeenvolgende bewindspersonen hebben aangegeven hulp aan ‘illegalen’ (mits verleend met een niet-commercieel doel) niet te zullen vervolgen. Formeel gezien is dit echter de verantwoordelijkheid van het Openbaar Ministerie en gaan de betreffende bewindspersonen hier niet over.

De regel voor het inreisverbod is, dat dit altijd wordt opgelegd als vreemdelingen direct Nederland moeten verlaten (‘nul dagen termijn’ na afwijzing van een aanvraag) of Nederland niet binnen de gestelde termijn hebben verlaten. Voorbeelden uit de praktijk tonen aan hoe gemakkelijk het is om een inreisverbod opgelegd te krijgen. Gezinnen die bijvoorbeeld een aanvraag voor het kinderpardon hebben ingediend kregen, in het geval dat deze aanvraag werd afgewezen, door de IND veelal ook meteen een inreisverbod opgelegd. Al deze gezinnen zijn, als zij in Nederland verblijven en hun procedure op grond van het kinderpardon inmiddels definitief is afgewezen, op dit moment formeel gezien al strafbaar.

Onlangs heeft INLIA op grond van de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) gevraagd hoeveel vreemdelingen met een inreisverbod nu daadwerkelijk een straf opgelegd hebben gekregen. Uit de beantwoording bleek dat in 2013 22 vreemdelingen met een licht inreisverbod een boete hebben gekregen, en 420 vreemdelingen met een zwaar inreisverbod dan wel met een 'oude' ongewenstverklaring een gevangenisstraf kregen opgelegd. (De systemen van Justitie kunnen namelijk geen onderscheid maken tussen ‘ongewenstverklaring’ en ‘zwaar inreisverbod’.) Een zwaar inreisverbod kun je overigens al krijgen als je herhaaldelijk wordt aangehouden met een licht inreisverbod. Uit deze cijfers blijkt dat vreemdelingen die in Nederland verblijven met inreisverboden thans al actief strafrechtelijk worden vervolgd.

Meer informatie:
Het antwoord van het ministerie van Veiligheid en Justitie d.d. 31 maart 2014 op het WOB-verzoek van INLIA d.d. 28 jan 2014, over het aantal straffen dat werd opgelegd aan vreemdelingen met een inreisverbod.

« terug

 

Delen | print deze pagina